|
Bij de meeste skiërs is: uit het zicht, uit de gedachte. Vooral beginnende
skiërs hebben vaak slecht zittende schoenen, waardoor de enkel funktie teniet
wordt gedaan.
Laten we eens de skischoen bekijken.
Een skischoen is gemaakt uit verschillende soorten kunststof, wat metaal en
een zachte binnenschoen voor het zitcomfort.
Als de schoen te groot is, worden de schnallen (gespen) vaak te strak
aangetrokken, hierdoor wordt de schoen te stijf en zit niet lekker.
Als de schoen te klein is, worden de schnallen te los gezet, dit vermindert
direct de prestatie mogelijkheden van de schoen.
De schoen verzorgt het contact tussen de skiër en de ski.
De zoollengte zorgt voor de juiste druk op de ski. Druk op de punt of op de
hak; essentieel bij het draaien en de balans.
Het goed aangesloten zitten zorgt ervoor dat de zijkanten van de ski’s
goede grip kunnen hebben. Dit is van belang bij de kantengrip op de sneeuw en de
balans.
Als we de enkel niet makkelijk kunnen buigen, kan dit ervoor zorgen dat de
bocht niet makkelijk wordt genomen.
Hierdoor komen we snel in de "poep"houding, dus veel druk op de
achterkant van de ski.
Dit zorgt ervoor dat de achterkant van de ski makkelijk naar beneden wil, dus
de punt gaat dan om hoog. Om een bocht makkelijk te maken moet de punt juist
makkelijk naar beneden gaan.
Is de schacht van de schoen te los, dan durft de skiër niet in de schoen te
hangen / te steunen en zo komt er ook weer te weinig druk op de voorkant van de
ski. Hierdoor is het moeilijk om de ski’s de bocht in te sturen.
Een ander excuus om de enkels niet te gebruiken is, dat het makkelijker is de
grote spieren boven de knie te gebruiken om de heupen boven de voeten te krijgen
dan om de kleinere spieren rond de enkel te gebruiken.
Kijk we naar de kinderen hoe deze hebben leren staan en lopen, dan zien we de
volgende principes.
Als kinderen hun eerste stapjes maken bewegen ze hun benen met de grote
spieren (quadriceps, hamstrings, belspieren en de spieren van het lijf), het
hortende en stotende bewegingspatroon. De gehele voet komt plat op de grond. Na
verloop van tijd worden de kleinere spieren rond de enkel ontwikkeld. Het kind
gaat nu de voet afwikkelen.
Net zoals het kind moet nu ook de skiër leren de voet rond de enkel te
bewegen.
Zo ervaart de skiër de invloed van de kleine spieren rond de enkel op het skiën
en hoe deze het skiën eenvoudiger maakt door nauwkeurigere bewegingen met deze
kleine spieren te kunnen maken |