|
In beide systemen zijn we het er over eens wat
parallelskiën vereist:
Het kantelen of rollen van de ski’s van de ene op
de andere kant en wel tegelijkertijd.
Om het gelijktijdig kanten wisselen te bereiken,
moeten beide ski’s voortdurend op dezelfde kanten tijdens het kantelen
gehouden worden.
De ski aan de binnenkant van de bocht moet daarom net
zoveel gekanteld worden als de ski aan de buiten kant.
Als de binnen ski niet op de kleine teenkant
gekanteld wordt, blijft de ski vlak op de sneeuw, hierdoor zijn de ski’s
wel bij elkaar, maar niet parallel.
De traditionele methode legt de nadruk op het sturen
en leiden van het binnen been om het draaien van de buitenski te
volbrengen.
Hierdoor zijn de ski’s zelden op dezelfde kant in
de sneeuw.
Het sturen van de binnenski om parallel te blijven
vereist een perfecte timing en coördinatie.
Het sturen via de benen vereist compleet
verschillende acties voor elk been. Het binnen been draait naar buiten en
het buiten been draait naar binnen. Deze verschillende reeksen van acties
van de binnen en buiten ski, zal de trotse skiër het beste kunnen maken
door deze acties tegelijkertijd uit te voeren. Iets dat haast onmogelijk
is voor de gemiddelde skiër.
L.l. leren deze bewegingen zelden door de kanten
tegelijk te ontlasten.
Ondanks dat de leraren deze bewegingen herhalen en
trainen laten ze zelden een vastheid van de ene bocht na de andere zien.
Recreatie skiërs hebben daarom grote problemen om op
deze manier te leren parallel skiën.
De hellingen zitten vol met gemiddelde skiërs die de
ploeg gebruiken bij het ingaan van de bocht of het nu een blauwe of zelfs
een zwarte piste is.
Een historische zwakte in de uitvoering van het skiën
met de oorsprong in Oostenrijk “ de Arlberg techniek”, is het gebrek
van een duidelijke bewegingsomschrijving van het druk afnemen van de ski
waarop gestaan wordt.
Bedenk dat bij het maken van een bocht, de femur van
de gekante dal ski verder naar buiten moet draaien dan het nieuwe buiten
been naar binnen draait om de ski’s op gelijke kanten te houden.
Het binnen been moet buigen en draaien terwijl het
buiten been meer gestrekt kan blijven.
Een ontspannen wat nodig is om dit doel te bereiken zal eerder het parallel skiën
elimineren.
PMTS.
In het PMTS begint het ontspannen op de ski waarop we
stonden en zo wordt de kanten overbrengingsactie geleid.
De kantel overbrengingsbeweging zorgt ervoor dat het
lichaamszwaarte punt richting de bocht beweegt.
De lichaamsaanpassing welke ontstaat, helpt de buiten
ski passief dezelfde kanten hoek te houden als de binnen ski. |